NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                               Index

  1 Inleiding..............................................................1
     1.1 Registraties & donaties...........................................1
     1.2 Het ex-NPG-Team...................................................1
  2 Vlaggen................................................................3
  3 Automatisch Paswoord Systeem...........................................4
  4 RUN-applicatie ontwikkeling............................................6
     4.1 Programma parameters..............................................6
     4.2 Afsluit codes.....................................................7
     4.3 Gebruikers interrupt..............................................7
     4.4 Settings.npg.....................................................10
  5 Tekstverwerker........................................................12
     5.1 Toetsen overzicht................................................12
     5.2 Informatie regel.................................................12
  6 Connect en Disconnect tekst...........................................15
     6.1 Connect tekst (CTEXT.NPG)........................................15
     6.2 Disconnect tekst (DISC.NPG)......................................15
  7 De Monitor Heard (<Alt> V)............................................16
  8 CRON (CRON.NPG).......................................................17
  9 Compressed Forwarding.................................................18
     9.1 <Call>.FWD.......................................................18
     9.2 <Call>.MAC.......................................................19
     9.3 FORWARD.ACC......................................................20
 10 Dos-shell.............................................................21
 11 Origins. (%O).........................................................22
 12 Auto-Route. (*.ART)...................................................23
 13 Mail header en tail...................................................24
 14 Line-quoter...........................................................25
 15 Unproto Forwarding....................................................26
    15.1 <Call>.FWD.......................................................26
    15.2 READ.MAC.........................................................27
    15.3 <Call>.MAC.......................................................27
    15.4 FORWARD.ACC......................................................28
 16 Interne commando's (//-commando's)....................................30
 17 Kleuren kiezer........................................................34
 18 G8BPQ Node status.....................................................35
 19 Auto bug-report generator.............................................36
 20 7+ detectie en decodering.............................................37
    20.1 Detectie.........................................................37
    20.2 Decodering.......................................................37
 21 Berichten herkenning..................................................38
    21.1 Berichtenlijst...................................................38
    21.2 Berichten........................................................38
 22 Scrolling.............................................................39
 23 Taal Bestand Systeem (LFS)............................................40
 24 Berichten lijst (ALT-T)...............................................41
 25 PMS-berichten lijst (F11).............................................42










NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  1


  1 Inleiding

   1.1 Registraties & donaties


   NPG is de afkorting van New Packet Generation, een geheel gratis
   packet radio programma. Aangezien de makers van dit packet programma
   geen tijd meer hebben om het programma te onderhouden, uit te breiden
   of helpdesk te spelen zijn wij genoodzaakt om de voortzetting van NPG
   te beindigen. Als u interesse heeft om verder te werken aan NPG dan
   kunt u een bod doen op de source code, deze is compileerbaar onder
   Borland Pascal 7.0. Overname van de source-code betekent ook overname
   van de support, website en alles wat betrekking heeft tot NPG.
   Onder website valt het geregistreerde domain, en niet de server.

         http://www.npg-team.org/


   We stellen donaties erg op prijs, donaties (geld/hardware) kunnen
   naar het volgende adres gestuurd worden:

      NPG-Team
      Wolgaplantsoen 2
      5152 SL Drunen
      The Netherlands

   Als je geld wilt overmaken neem dan contact op met NL1CGS (e-mail:
   cygnes@cygnes.demon.nl)

   Deze versie is een beta-versie. Deze versie was in de maak, maar door
   omstandigheden kunnen wij deze versie niet afronden, bij deze de final-
   beta 2.10 van NPG. Deze versie is niet 100% getest! Ook is deze
   documentatie niet af. Maar wel uitgebreider als de documentatie die
   bij de vorige versies is geleverd. Documentatie voor NPG 2.10 is
   momenteel alleen in het nederlands, er zal alleen een engelse versie
   komen als iemand vrijwillig deze vertaald. Registraties worden momenteel
   niet meer verwerkt.


   1.2 Het ex-NPG-Team

   Robin van Nooy (NL1CGS)

      Functie    - Hoofd-programmeur DosNPG
                   Programmeur WinNPG
                   Documentatie
                   Vertaling
                   Onderhoud bug-report database
                   Onderhoud web-site
      Packet     - NL1CGS@NL3DRN.NBW.NLD.EU






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  2


      E-Mail     - cygnes@cygnes.demon.nl
      Home-Page  - http://www.cygnes.demon.nl/    (music site)
                   http://www.cygnes.demon.nl/npg/  (npg site)


   Robert Nouwens (NL1QMA)

      Functie    - Programmeur DosNPG
                   Programmeur WinNPG
      Packet     - NL1QMA@NL3DRN.NBW.NLD.EU
      E-Mail     - nl1qma@cygnes.demon.nl


   Barry Lombarts (NL1BAR)

      Functie    - Mail beantwoording
                   Programmeur WinNPG
                   Documentatie
                   Vertaling
                   Onderhoud gebruikers database
      Packet     - NL1BAR@NL3DRN.NBW.NLD.EU
                   NL7NPG@NL3DRN.NBW.NLD.EU
      E-Mail     - npg@lombarts.demon.nl
      Home-Page  - http://www.lombarts.demon.nl/


   John Bruurmijn (NL1RED)

      Functie    - Programmeur WinNPG
                   Documentatie
                   Vertaling
      Packet     - NL1RED@NL3DRN.NBW.NLD.EU
      E-Mail     - nl1red@lombarts.demon.nl























NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  3


  2 Vlaggen.

   In het programma New Packet Generation wordt de status van het packet
   programma aangegeven door middel van vlaggen (Flags) onder in het scherm.
   Deze vlaggen kunt u vinden onder in het scherm rechts naast de S-Meter en
   links naast de geconnecte tijd. Wat houden deze tekens nu eigenlijk in,
   ze geven aan welke opties van NPG wel en welke opties niet aan staan.
   Zo kunt u in 1 oogopslag zien hoe het kanaal waarop je zit te kijken staat
   ingesteld.

   Hieronder volgt een lijst met de vlaggen en hun betekenis :

      7     -  7 Plus opslaan.
      A     -  Kanaal gedeactiveerd.
      b     -  Terug scrollen.
      B     -  Ctrl+G Bell
      C     -  MBU/NPG kleuren mode.
      E     -  Echo
      I     -  Interne commando's (//-commando's)
      M     -  Macro actief.
      P     -  Print.
      Q     -  QRL (Sysop niet aanwezig)
      R     -  Remote.
      s     -  Save naar disk.
      S     -  Spy mode.
      T     -  Stuur een bestand.
      W     -  Ontvangen van een bestand.
      y     -  Ontvangen van een bestand door middel van het YAPP protocol.
      Y     -  Stuur een bestand door middel van het YAPP protocol.

   Als de letter in de vlaggen balk opgelicht is dan is deze geactiveerd,
   als dus bijvoorbeeld in de vlaggen balk de letter W oplicht dan wil dat
   zeggen dat u op dat kanaal een bestand aan het ontvangen bent.

   Sommige tekens in de vlaggen balk zijn niet zichtbaar als ze niet
   actief zijn, degene die standaard wel zichtbaar zijn zijn de
   volgende : BIERMSsQTbCAP

   De tekens die standaard niet zichtbaar zijn in de volgende situatie wel
   zichtbaar.

      7     -  Als er 7+ binnen komt op het kanaal zal deze de plaats van T
               innemen.
      W     -  Als er een bestand ontvangen wordt, zal deze de plaats van T
               innemen.
      y     -  Als er een bestand door middel van YAPP binnen komt zal deze de
               plaats van T innemen.
      Y     -  Als er een bestand door middel van YAPP verzonden wordt zal
               deze de plaats van T innemen.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  4


  3 Automatisch Paswoord Systeem.

   Dit systeem wordt gebruikt bij het inloggen van bij bijvoorbeeld FBB,
   TSTHOST, of zelfs NPG die met een connectie filter draait via een
   RUN-applicatie. De werking van zo'n paswoord is vrij simpel. De gebruiker
   krijgt een regel tekst binnen die er als volgt uit kan zien:

       Type SYS om het paswoord te genereren!

   De gebruiker stuurt daarna SYS om bij het BBS het paswoord te laten
   genereren. Nadat deze gegenereerd is wordt door het BBS een prompt met
   daarachter 5 getallen terug gestuurd. Deze 5 getallen zijn de posities
   van de letters in het paswoord. Hier komt een voorbeeld van een regel
   die het BBS kan terug sturen.

       NL4DRN-0> 5 12 7 9 13

   De letters worden hierna door de gebruiker opgezocht en vervolgens aan
   mekaar naar het BBS terug gestuurd:

       BC$13

   Daarna wordt er door het BBS gecontrolleerd of dit paswoord juist is.
   Een fout paswoord leidt meestal tot een disconnectie van het BBS.
   Indien juist kunt u rustig verder inloggen bij het BBS.

   Zoals je ziet is het vrij lastig als je dit steeds handmatig moet doen als
   je bijvoorbeeld post wilt lezen bij een BBS. Daarom neemt NPG dit werk voor
   je over door zelf automatisch deze handlingen te verrichten.

   Wat moet je hiervoor moet doen is vrij makkelijk. Je maakt een bestand aan
   in de CFG directory met als naam de BBS-naam met als extensie .ACP
   (Auto Connect Password)

   Bij ons voorbeeld krijgen we een bestand met de naam NL4DRN.ACP

   De inhoud van het bestand ziet er als volgt uit (zonder de nummering):

       SYS
       SYS
       NL4DRN-0>
       NL1CGS bcjeBo$51vbC3v3
       DR1CGS n34n65564j46n474b234v123456

   Met het automatische paswoord is het mogelijk om voor meerdere callsigns
   een paswoord te laten versturen. Dit breid de flexibiliteit van NPG uit.
   Het aantal callsigns die gebruikt kunnen worden in een paswoord bestand
   is vrijwel oneindig.







NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  5


   Op regel 1 geven we aan op welk woordje of zinsdeel gereageerd moet worden.
   In het voorbeeld kunnen we eigenlijk op de eerste regel meerdere woorden
   gebruiken, zoals: paswoord, genereren, of een zinsdeel Type SYS

   Wanneer hij dus de opgegeven tekst op regel 1 terug vind in een ontvangen
   regel van het BBS dan zal NPG regel 2 inlezen uit het ACP-bestand.
   Wanneer men regel 1 leeg laat wordt door NPG verondersteld dat er geen
   detectie nodig is en leest daarna meteen regel 2 in. Regel 2 bevat dus het
   antwoord dat NPG zal terug sturen naar het BBS. In het voorbeeld is dat SYS.

   Nadat regel 2 is verstuurd wordt regel 3 en het bijbehorende paswoord
   gezocht en onthouden. Regel 3 bevat het prompt dat voor het paswoord staat.
   Wanneer dit prompt gevonden wordt kan het paswoord uitgezocht en verstuurd
   worden. En op deze manier kun je NPG automatisch laten inloggen via het
   standaard paswoord systeem.









































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  6


  4 RUN-applicatie ontwikkeling

   4.1 Programma parameters.

   NPG bevat een zeer uitgebreid RUN-applicatie systeem. RUN-applicaties zijn
   uitbreiding die extern op NPG gedaan kunnen worden. Op deze manier kunt u
   de mogelijkheden als SYSOP enorm uitbreiden, maar ook de mogelijkheden voor
   de gebruikers. Enige voorbeelden van programma's die je kunt maken zijn:

       Converse, Teletext, PMS, spelletjes.

   Met deze uitbreidings mogelijkheid kun je NPG beter beheren en verbeteren
   zonder daarbij NPG zelf aan te passen. De interactie tussen NPG en de
   RUN-applicaties is vrij uitgebreid. Een RUN-applicatie is in staat om alle
   kanalen die er beschikbaar zijn in NPG aan te sturen, ook kan een RUN-
   applicatie macro's uitvoeren, teksten naar gebruikers sturen, instellingen
   wijzigen, post versturen, noem het maar op.

   Voor deze communicatie is er een soort protocol ontwikkeld, en die wordt in
   dit hoofdstuk tot aan de bodem uitgelegd.

   Een RUN-applicatie, vanaf heden applicatie genaamd, krijgt bij het opstarten
   ervan een aantal parameters meegegeven:

   Parameter  Omschrijving                          Voorbeeld / informatie

      0       Bestandsnaam van de applicatie           RTT.EXE
      1       Eigen callsign + SSID                    NL1CGS-3
      2       Gebruikers callsign + SSID               NL1BAR-0
      3       Gebruikers niveau                        0..9, 255=Sysop
      4       Aantal keren uitgevoerd                  0..255
      5       Kanaal waar de applicatie is gestart     0..20
      6       Informatie identificatie (zie parameter 7)
                                                       0 = Gebruiker parameters
                                                       1 = Verbinding gemaakt
                                                       2 = Verbinding verbroken
      7       Adres (pointer) naar de gebruiker-
              parameters (decimaal, dus niet in HEX)   12345:54321
              (alleen als parameter 6 gelijk is aan 0)

   Alles bij elkaar kan het er bijvoorbeeld als volgt uit zien:

       RTT.EXE NL1CGS-3 NL1BAR-0 9 1 5 0 12453:12345

   Nadat een applicatie klaar is met zijn taak moet het programma worden
   afgesloten, de manier waarop dit gedaan wordt heeft invloed op de manier
   waarop NPG de aangemaakte run-bestanden gaat behandelen. Iedere program-
   meur zal wel bekend zijn met de afsluit-codes (exit-codes). Er bestaan 2
   soorten run-bestanden: users.npu en users.npt.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  7




   4.2 Afsluit codes.

   Users.npu bevatten verwijzingen naar bestanden die als tekst naar de
   gebruiker verstuurd moeten worden, en users.npt zijn de commando's (macro's)
   die uitgevoerd moeten worden. De formaten van deze bestanden worden na de
   tabel met afsluit-codes getoond.

   Afsluit-code        Manier van afhandelen door NPG

       0               Stoppen uitvoer van run-applicatie

       1               Uitvoeren commando's
                       Sturen van tekst naar de gebruiker
                       Stoppen uitvoer van run-applicatie

       2               Sturen van tekst naar de gebruiker
                       Uitvoeren commando's
                       Stoppen uitvoer van run-applicatie

       3               Verhogen aantal keer uitgevoerd
                       Applicatie wordt nogmaals gestart (niet meteen)

       4               Verhogen aantal keer uitgevoerd
                       Uitvoeren commando's
                       Sturen van tekst naar de gebruiker
                       Applicatie wordt nogmaals gestart

       5               Verhogen aantal keer uitgevoerd
                       Sturen van tekst naar de gebruiker
                       Uitvoeren commando's


   4.3 Gebruikers interrupt.

   Een applicatie kan op 2 verschillende manieren informatie opvragen over NPG:

       -       via de gebruikers-interrupt
       -       via het bestand settings.npg in de RUN-directory

   Via de gebruikers-interrupt kunt u de meeste gegevens opvragen. Hier volgen
   enkele tabellen met de functies die via de interrupt kunnen worden
   aangeroepen. De interrupt zit standaard op interrupt 102 (66h) maar kan door
   de gebruikers anders worden ingesteld. Daarom is er in de interrupt zelf een
   identificatie gestopt zodat deze ook gedetecteerd kan worden. Deze identifi-
   catie is NwPkGn.

       1. Opvragen NPG versie nummer
               In te stellen registers.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  8


                       AH = 0
               Levert de volgende registers terug
                       AH = versie nummer voor de punt
                       AL = versie nummer achter de punt

       2. Opvragen kanaal informatie
               In te stellen registers.
                       AH = 1 
                Levert de volgende registers terug
                       ES = Segment Channel_Rec
                       BX = Offset Channel_Rec
                                       Levert een pointer terug naar een reeks
                                       pointers naar de kanaal informatie.

       3. Opvragen kanaal waar de sysop zich momenteel bevind
               In te stellen registers.
                       AH = 2
               Levert de volgende registers terug
                       AL = kanaal

       4. Opvragen totaal aantal kanalen dat er gebruikt kunnen worden
               In te stellen registers.
                       AH = 3
               Levert de volgende registers terug
                       AL = kanaal

       5. Opvragen monitor-heard lijst
               In te stellen registers.
                       AH = 4
               Levert de volgende registers terug
                       ES = Segment Mheard_Rec
                       BX = Offset Mheard_Rec
                                       Levert een pointer terug naar een reeks
                                       pointers naar de monitor-heard
                                       informatie.


   Kanaal Informatie

       Elk kanaal heeft een record (verzameling) van gegevens. Al deze gegevens
       kunnen opgevragen worden via de interrupt die zojuist behandeld is. Het
       formaat van deze gegevens is onder afgebeeld in een pascal-record.

       Alle callsigns die gebruikt zijn zijn 9 karakters lang, in andere
       woorden, de callsigns kunnen gebruik maken van SSID's. UserCall is de
       callsign van de geconnecte gebruiker, MyCall is je eigen callsign, en
       InitCall is de callsign die wordt ingesteld wanneer de connectie
       verbroken wordt. DefProgName, ProgName en ExecLevel hebben te maken met
       de lopende run-applicaties. DefProgName is het programma dat automatisch
       wordt opgestart wanneer een persoon jou connect. ProgName is het






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                  9


       programma dat momenteel actief is. ExecLevel is het aantal keer dat het
       programma al opgestart is. Verder wordt in dit record ook de connectie
       tijd bijgehouden dus men kan zien hoe lang de connectie al aanwezig is.
       Om bij deze gegevens te komen moet u functie 2 aanroepen ( AH=1 ).
       U krijgt van deze functie een adres terug, dit adres bevat een reeks
       pointers (Channel_Array) die verwijzen naar records met het formaat in
       Channel_Rec.


       Channel_Array = Array[0..20] of ^Channel_Rec;

       Channel_Rec = Record
                       UserCall    :   String [ 9]; {User Callsign          }
                       MyCall      :   String [ 9]; {Sysop Callsign         }
                       DefProgName :   String [12]; {Standaard Programma    }
                       ProgName    :   String [79]; {Actief Programma       }
                       ExecLevel   :   Byte;        {Aantal keren opgestart }
                       ConnectMode :   Byte;        {Connectie-mode         }
                                                    {0 = niet geconnect     }
                                                    {1 = binnen komend      }
                                                    {2 = uitgaand           }
                       Hours,
                       Minutes,
                       Seconds     :   Word;        {Geconnecte tijd        }
                       InitCall    :   String [9];  {Initializatie MyCall   }
                  End;

   Monitor Heard Informatie

       De monitor-heard bestaat uit 26 records, deze zijn elk via een pointer
       bereikbaar. Net zoals bij de kanaal-informatie werkt de Mheard
       informatie. Via functie 5 ( AH=4 ) kunt u het adres opvragen van de
       reeks met pointers naar de daadwerkelijke gegevens. Deze reeks pointers
       ziet er uit als Mheard_Array. Het Mheard record bevat 3 variabelen:
       Callsign, dit is de gehoorde callsign. Port, de poort waarop de callsign
       is gehoord. En tenslote Time, de tijd wanneer de callsign is gehoord.
       De tijd is ingepakt, voor de programmeurs is dit bekend, meer informatie
       kan men vinden bij de documentatie van je ontwikkel-applicatie zoals
       bijvoorbeeld Borland Pascal of Borland C.

               Mheard_Array = Array[0..25] of ^Mheard_Rec;

               Mheard_Rec = Record
                              Callsign     :   String [9];
                              Port         :   Byte;
                              Time         :   LongInt; {PackedTime}
                            End;


   Frame informatie






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 10



       Zoals je gezien hebt wordt bij de parameters die een applicatie
       meekrijgt ook een adres meegegeven, dit adres verwijst natuurlijk
       ergens naar. Waar deze naar verwijst is het FrameBlock. In dit blok
       staan de gegevens die de gebruiker heeft meegegeven aan de applicatie.
       Bijvoorbeeld:

               //MIJNAPP Dit zijn de gebruiker parameters

       FrameLengrth bevat de totale lengte van het frame, en Buffer zijn de
       gegevens die de gebruiker heeft meegestuurd, maar let hier bij op!
       De enter (return) wordt ook meegegeven!

               FrameBlock = Record
                              FrameLength   :   Word; {Lengte van het frame}
                              Buffer        :   Array[0..256] of Byte; {Frame}
                            End;

       Er bestaat voor het ontwikkelen van run-applicaties een unit (die
       geschreven is in Borland Pascal 7.0). Deze unit bevat een interface
       tussen de run-applicaties en NPG. Als men gebruik maakt van deze unit
       hoeft men niet alle functies opnieuw te gaan programmeren. Het
       ontwikkelen van run-applicaties is door deze unit een stuk makkelijker
       geworden.

   4.4 Settings.npg

   Ook kunnen de applicaties nog gegevens opvragen en zelfs instellen via
   settings.npg. Dit bestand wordt voor het opstarten van de run-applicatie
   aangemaakt, en nadat de run-applicatie is uitgevoerd wordt dit bestand
   opnieuw ingelezen en worden de gewijzigde instellingen opnieuw ingesteld.
   Het bestand bestaat uit 4 bytes. Elke byte bestaat uit 8 bits, elke bit
   heeft een waarde van een instelling. Dit settings-bestand bevat de
   instellingen van het actieve kanaal waar men zit en ook de instellingen
   die globaal zijn. Natuurlijk zijn alleen instellingen aan te passen via
   dit bestand die de waarde true of false kunnen bevatten. True wanneer
   het bit 1 is, en false wanneer het bit 0 is. Een compleet overzicht van
   alle instellingen met nummering van bit zijn in onderstaande tabel
   aangegeven. Er is ook een unit in pascal beschikbaar voor het gebruik
   maken van deze instellingen.

   Omschrijving                   Bit nummer

   ECHO                                 0
   INVOEG MODUS                         1
   TERUG BLADEREN                       2
   VENSTER POP-UP                       3
   GELUID                               4
   BEL                                  5
   MACRO                                6






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 11


   AFSTAND (REMOTE)                     7
   INTERNE COMMANDO'S                   8
   KLEUREN                              9
   KNIPPEREN                           10
   WAARSCHUWING                        11
   AUTOMATISCH MAIL                    12
   BINAIRE MONITOR                     13
   FRAME TIJD                          14
   FRAME KOP                           15
   HEXIDECIMALE DEBUG DATA             16
   BPQ MONITOR                         17
   GEBRUIKER-NOTIFICATIE               18
   KORTE FRAME KOP                     19
   UNPROTO MAIL                        20
   PRINTER                             21
   ONTVANGEN BESTAND                   22
   OPSLAAN                             23
   VERSTUREN BESTAND                   24
   QRL                                 25
   SPION                               26
   KANAAL UITGESSCHAKELD               27
   SYSOP MODUS                         28
   SIGNAAL METER                       29
   SIGNAL METER                        30
   COMMAND MODE                        31































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 12


  5 Tekstverwerker

   NPG heeft ook een ingebouwde tekstverwerker, deze wordt gebruikt om kleine
   bestanden aan te passen, zoals macro's bestanden, auto-route bestanden.
   Ook wordt de tekstverwerker gebruikt om post te versturen. Momenteel kun
   je op verschillende manieren post versturen, een daarvan is het laten
   versturen naar een kanaal zodat deze naar een BBS gestuurd wordt, maar je
   kunt het ook laten exporteren naar een PMS.IN of MAIL.IN bestand. Een
   derde optie is via de PMS-lijst door daar bijvoorbeeld een nieuw bericht
   te genereren of een antwoord versturen op een bepaald bericht. De
   tekstverwerker heeft dus meerdere functionaliteiten.

   Een van de nieuwere opties van de tekstverwerker is het laten zien van
   kleuren. Helaas wordt de tekstverwerker dan in KIJK-modus gezet.

   Hier volgt eerst een overzicht van de toetsen die in de tekstverwerker
   gebruikt kunnen worden.

   5.1 Toetsen overzicht.

       Alt + C         -  Kies kleur (zie hoofdstuk Kleuren-Kiezer)
       Alt + F         -  Tekstverwerker menu
       Alt + I         -  Invoegen bestand
       Alt + J         -  Kleuren-modus
       Alt + L         -  Laad bestand
       Alt + N         -  Nieuw bestand
       Alt + Q         -  Actief bestand opslaan
       Alt + R         -  Regels markeren met '>'
       Alt + S         -  Wijzig bestandsnaam
       Alt + W         -  Opslaan met nieuwe bestandsnaam
       CTRL + Y        -  Wis actieve regel
       INSERT          -  Invoeg/overschrijf modus
       CTRL + B        -  Invoegen verkorte software versie
       CTRL + C        -  Invoegen gebruikers callsign
       CTRL + D        -  Invoegen actieve datum
       CTRL + E        -  Invoegen uitgebreide actieve datum
       CTRL + N        -  Invoegen gebruikers naam
       CTRL + O        -  Invoegen origin (zie ORIGIN.NPG)
       CTRL + R        -  Invoegen actieve tijd
       CTRL + S        -  Invoegen sysop callsign
       CTRL + V        -  Invoegen software versie


   5.2 Informatie regel.

      Onder het gedeelte waar men kan typen staat 1 speciale regel.
      Deze regel bevat gegevens over de tekstverwerker. Van links
      naar rechts:







NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 13


         Actieve regel     -  Dit is de regel waar momenteel getypt wordt.

         Aantal regels     -  Dit zijn de maximum aantal regels die gebruikt
                              kunnen worden. Denk eraan dat als je deze heel
                              erg laag instelt vanuit NPG.CFG de kans groot is
                              dat sommige bestanden niet geheel ingeladen
                              kunnen worden of dat er bij het bekijken van je
                              post regels wegvallen, dus let er op dat je deze
                              groot genoeg instelt.

         Cursor positie    -  Dit is de horizontale plaats van het blokje dat
                              je op je scherm ziet. Uiterst links is positie 1
                              en uiterst rechts is positie 80.

         Gebruikte regels  -  Aantal regels dat er in het geheugen zijn
                              gebruikt.

         Decimale karakter -  De waarde van het karakter waar momenteel de
         code                 cursor op gepositioneerd is.

         Actieve karakter  -  Het karakter waar momenteel de cursor op
                              gepositioneerd is.

         Invoeg mode (I)   -  Dit is de letter 'I', wanneer deze aan staat dan
                              betekent dat invoegen aan staat, wanneer deze
                              uit staat dan worden de huidige karakters over-
                              schreven.

         Kleuren modus (c) -  Deze is alleen te zien wanneer er op ALT-J is
                              gebruikt, wanneer deze mode aan staat is het
                              niet mogelijk om karakters toe te voegen, deze
                              mode kunt u gebruiken om te kijken hoe uw
                              berichtje er in kleuren uit ziet (als u deze
                              gebruikt heeft (ALT-C))

         Kijk modus (v)    -  U ziet een 'v' als u vanuit de PMS een berichtje
                              aan het bekijken bent, wanneer deze aan staat is
                              het niet mogelijk om karakters toe te voegen.

         Bestandsnaam      -  Dit is de huidige bestandsnaam van het bestand
                              dat u aan het bewerken bent. U kunt deze wijzigen
                              met de ALT-W toets.


      Ook de regel daaronder, waar normaal de 8 laatst gehoorde callsigns staan
      heeft een functie in de tekstverwerker. Wanneer je een regel hebt waarin
      een kleur-code gebruikt wordt dan krijg je de regel in kleur te zien in
      de plaats van die 8 callsigns. Wanneer je de tekstverwerker in kleuren-
      modus hebt staan dan krijg je de oorspronkelijke regel te zien, dus de
      regel met de ^-tjes.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 14


























































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 15


  6 Connect en Disconnect tekst.


   6.1 Connect tekst (CTEXT.NPG)

   De connect tekst staat in de file CTEXT.NPG. En wel op de volgende
   volgorde:

        @@MYCALL
        
        Dit is mijn connect tekst!!!!
        Hoi %N dit is uw %Kde connect met dit station
        ^KVeel plezier met het gebruik van dit station!

        @@END

   @@MYCALL  <= Hier zet u de call neer waar het tegenstation mee connect, als
                u bij een connect met deze call een NPG RUN programma wilt
                opstarten doet u dat als volgt: @@MYCALL$RUNPRG.EXE

   Er tussen kunt u alle tekst functies van NPG gebruiken (dus % codes, MBU
   kleuren en ASCII lijnen etc.

   @@END     <= Dit geeft het einde aan voor de 'MYCALL' connect tekst. Dit is
                gedaan omdat u dan voor meerdere call's op een station connect
                teksten kunt maken.

   6.2 Disconnect tekst (DISC.NPG)

   De disconnect tekst staat in de file DISC.NPG. En deze zit als volgt in
   elkaar:
        
        Prettig je gezien te hebben en tot de volgende keer!!

   De disconnect tekst kan niet per call worden bepaald, maar men kan er wel 
   weer alle tekst functies in gebruiken net als in de connect tekst.



















NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 16


  7 De Monitor Heard (<Alt> V)

   De monitor heard, de call lijst van alle stations die over de monitor
   zijn gekomen. Deze lijst kunt u oproepen door '<Alt> V' te typen hier
   worden de 26 laatste call's weergegeven met de tijd dat ze het laatst
   zijn gezien. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de call nu nog is te
   bereiken, maar hoe dichter de tijd bij de actuele tijd zit, hoe groter
   de kans is dat de call is te connecten!

   Een gebruiker van het station kan via //mh(eard) [Poort nr] ook deze lijst
   op vragen.












































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 17


  8 CRON (CRON.NPG)

   De CRON.NPG is het bestand waarmee u automatisch macro's kunt laten
   uitvoeren door NPG op een door u bepaald tijdstip.

   Hieronder eerst een voorbeeldje van zo'n CRON.NPG:

      $START=0:BEACON.MAC
      $ALL=0:TEST.MAC
      $22:25=10:AUTOMAIL.MAC
      $X3:00=8:BULLETIN.MAC
      $XX:X5=2:MAILIN.MAC

   Dit houdt in dat:

      $START               <= Bij de start van NPG wordt deze macro gestart.
            =0:BEACON.MAC  <= De macro BEACON.MAC wordt op kanaal 0 (monitor)
                              gestart.
      $ALL                 <= Deze macro wordt elk uur gestart.
      $22:25               <= Deze macro wordt alleen gestart op 22:25 uur.
      $x3:00               <= Deze macro wordt drie keer per dag gestart,
                              namenlijk om 03:00, 13:00 en 23:00
      $xx:x5               <= Deze macro wordt om de tien minuten gestart, als
                              het laatste cijfer in de tijdsaanduiding een 5
                              is.

   Hieruit kun je dus opmaken dat de x een wildcard is in de tijdsaanduiding.
   En dat je niet precies iedere tijd van de dag hoeft in te voeren om toch een
   heel aantal keren een macro op te starten per dag!


























NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 18


  9 Compressed Forwarding

   Door middel van de compressed forwarding optie van NPG kun je mail uit je
   PMS ingepakt versturen. Alle mail die naar de BBS/PMS moet waarmee je gaat
   forwarden wordt ingepakt en klaar gezet om verstuurd te worden.
   Dit compressed forwarden heeft twee grote voordelen.

      -  De totale grootte van de files is kleiner dan als men het niet inpakt
         dus dezelfde mail zal in minder frames bij het tegen station zijn.
      -  De mail is niet te lezen als hij door de ether gaat, dus andere
         stations kunnen via de monitor je mail niet meer lezen.


   9.1 <Call>.FWD

   In de <Call>.FWD file staat aangegeven welke mail naar <Call> gestuurd moet
   worden. In deze file kunnen de volgende commando's voor komen :

      @ <Call>       Stuur alleen mail die naar deze route moet.
      *@ <Call>      Stuur de mail die naar deze route moet NIET mee.
      @*             Stuur alle mail naar deze route.


   Voorbeeld :

      We hebben een file genaamd NL4BAR.FWD deze staat in de \NPG\PMS
      directory. Deze file is als volgt opgebouwd :

      ###########################
      # Forward File for FWDSRV #
      ###########################
      # @  Only this route      #
      # *@ Not this route       #
      # @* All routes           #
      ###########################
      @ NL4BAR

   Wat houdt dit nu precies in :

      Deze file zal er voor zorgen dat de aangegeven routes naar NL4BAR
      gestuurd worden.

         @ NL4BAR    Stuur alleen de mail die naar de PMS NL4BAR moet.

   Wat gaat er nu wel en wat gaat er nu niet naar NL4BAR :

   Mail gericht aan NL1QMA@NL4PKT, NL1CGS@NL4CGS, NL7NPG@NL4CGS,
   zal niet naar NL4BAR gestuurd worden omdat er in de file NL4BAR.FWD staat
   aangegeven dat alleen mail die naar NL4BAR gaat gestuurd moet worden.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 19



   Alle mail gericht aan <Call>@NL4BAR gaat wel naar NL4BAR dus NL1BAR@NL4BAR
   en NL7NPG@NL4BAR zullen wel naar NL4BAR gestuurd worden.

   LET ER WEL OP DAT JE NIET MEER DAN 5 <CALL>.FWD FILES MAG HEBBEN, OM TE
   VOORKOMEN DAT MENSEN MET BELACHELIJK VEEL STATIONS GAAN FORWARDEN EN DUS ZO
   DE ETHER DICHT GOOIEN HEBBEN WE HIER EEN LIMIET OP GEZET.


   9.2 <Call>.MAC

   Met de macro <Call>.MAC kun je het versturen van mail via unproto
   automatiseren. Op het moment dat er via deze macro mail verstuurd gaat
   worden zal NPG zoeken naar de <call>.FWD file om de te forwarden berichten
   te kunnen selecteren. Zorg dat deze file goed geconfigureerd is anders zal
   NPG alle mail sturen.

   Hieronder uitleg over de bijgeleverde file NL4DRN.MAC in de \NPG\CFG\MAC
   directory.

      ################################################
      #            Forward Macro to NL4BAR           #
      ################################################

   Start de Forward Server die er voor zorgt dat alleen de mail voor NL4BAR
   verstuurd wordt, als parameters moet het volgende mee gegeven worden
   NL4BAR = de pms waar naar geforward wordt, let er op dat er wel een
   NL4BAR.FWD bestaat. C:\PACKET\NPG\PMS de locatie van de PMS.

      CMD=EXEC C:\PACKET\NPG\PMS\FWDSRV NL4BAR C:\PACKET\NPG\PMS

   Zet de call op NL4CGS (PMS call)

      CMD=I NL4CGS

   Start de auto route naar NL4DRN

      CMD=AR NL4BAR

      ################################################
      #                Npg Pms Prompt                #
      ################################################

   Wacht op de tekst '=>' dit is de pms prompt van NL4BAR.

      CMD=WAITSTRING =>

   Start het exporteren van de mail, oftewel start de forward.

      CMD=EXPORT






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 20



   Wacht op de disconnectie van het PMS als de forward klaar is.

      CMD=WAITDISC

   Zet alle gemarkeerde berichten weer terug zodat de berichten die niet naar
   NL4BAR moesten niet meer als Forward staan.

      CMD=EXEC C:\PACKET\NPG\PMS\FWDSRV RETURN C:\PACKET\NPG\PMS


   9.3 FORWARD.ACC

   In de file FORWARD.ACC in de \NPG\CFG directory staan de stations vermeld
   die een forward sessie met dit station mogen voeren.

   Voorbeeld :

      NL4PKT
      NL4CGS

   Als deze twee calls in de FORWARD.ACC file staan wil dat zeggen dat alleen
   NL4PKT en NL4CGS een forward sessie mogen starten met je PMS. Alle andere
   stations krijgen dus geen Unproto Forward.
































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 21


 10 Dos-shell.

   Dit is de dos omgeving waarin je komt als je op <ctrl> F8 drukt.
   Dit is een normale dos omgeving waarin je alle programma's kunt draaien,
   mits ze in het werk geheugen passen!!
   Je kunt vanuit de dos shell terug keren naar NPG d.m.v. 'EXIT' in te typen.

















































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 22


 11 Origins. (%O)

   'Origins' is een engelse term, het houdt in dat het originele teksten zijn.
   Dit kunnen leuke, maar ook goed doordachte teksten zijn.

   Bij NPG wordt een file mee geleverd genaamd ORIGINS.NPG, in deze file staan
   een aantal van deze origins. Deze file kun je zelf aanpassen als je dat leuk
   vindt. Ook kun je er nieuwe origins aan toe voegen. En als je denkt dat je
   een hele goede origin hebt, ontvangen wij hem graag om hem bij het NPG
   origins bestand te zetten.

   De origins file is in elk edit programma te wijzigen, maar als je iets
   wijzigt moet je met een ding rekening houden, en dat is dat per origin maar
   een regel mag worden gebruikt!

   Verders is het gewoon een leuke tekst die je bij je inlog scherm, je mail
   header of footer, of ergens anders in NPG kunt gebruiken, je kunt heel
   makkelijk het bestand aanroepen voor een willekeurige origin door %O te
   zetten in de tekst!




































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 23


 12 Auto-Route. (*.ART)

   De Auto-route functie houdt niet meer in dan een voorgeprogrammeerde
   route die gevolgd wordt om van packet station A naar packet station B
   te komen. Het zijn dus feitelijk twee functie's, het 'opnemen' van een
   route en het 'afspelen' van een route.

   Het 'opnemen' gebeurt als volgt:

      U gaat naar een leeg kanaal (waar niemand geconnect zit)
      U typt als cmd (dus met <esc> activeren):

         LR <Destination Call> <enter>

   Op dat moment wordt er een bestand aangemaakt,genaamd <Destination Call>.ART
   In dit bestand staat precies de route die moet worden afgelegd naar het
   andere station.

   Hoe leert hij deze route?

      Als u de melding heeft gehad dat autoroute is geactiveert gaat u precies
      de route volgen die later standaard moet worden gevolgd. Aan het einde
      van deze route zegt u:

         LR <enter>

      Nu wordt de auto-route file afgesloten, en is hij klaar voor gebruik.

   Zo'n auto-route file kan er als volgt uit zien.

      #This file is generated by NPG 2.10
      #wait for connection
      @C EXTNOD         <= connect Extra Node Call
      @WAITCON EXTNOD   <= wacht op connectie
      C DESTCALL        <= Connect via die Node met deze tekst het 'B' station.

   Het 'afspelen' gebeurt als volgt:

   Op een leeg kanaal typt u in cmd mode (dus met <esc> activeren):

      AR <Destination Call> <enter>

   Nu wordt uw auto-route gewoon weer afgespeeld!












NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 24


 13 Mail header en tail

   De header en footer (tail) hebben beide dezelfde opbouw en mogelijkheden.
   Dus worden ze hier tegelijkertijd uitgelegd.
   De opbouw per header/footer is als volgt:

      @@MYCALL

      De tekst die je er tussen wilt hebben

      @@END

   Op deze manier kun je meerdere header's en footer's gebruiken voor
   verschillende MYCALLs.
   In het tekst blok kun je alle tekstcommando's die NPG kent gebruiken. Bv MBU
   kleuren, ASCII tekeningen, Origins etc.

   Bij MYCALL wordt de call ingevoerd waarvoor u de header/footer wilt
   gebruiken.

   Na END kunt u een andere MYCALL zetten, dus:

      @@END
      @@MYCALL2

      etc........





























NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 25


 14 Line-quoter

   Tijdens de line-quoter van NPG kunt u de volgende commando's gebruiken.

   Normale mode.

      A        -  Schakel tussen regel en blok save mode.
      C        -  Kopieer regel / blok naar de tekst editor.
      L        -  Kopieer regel / blok naar de message list
      T        -  Kopieer regel / blok naar het TX-venster.
      K        -  Verwijder bericht.
      R        -  Lees bericht.
      V        -  Lees bericht met extra informatie.
      SPATIE   -  Kopieer regel naar het TX-venster en als het mogelijk is naar
                  de editor. (Zie NPG.CFG)
      ENTER    -  Kopieer regel naar het TX-venster en als het mogelijk is naar
                  de editor, en stop de line quoter.
      ESCAPE   -  Stop de line quoter.

   Blok save mode

      B        -  Stel de begin regel in.
      E        -  Stel de eind regel in.
      ENTER    -  Save naar bestand.
      ESCAPE   -  Stop de line quoter.






























NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 26


 15 Unproto Forwarding

   Met de unproto forwarding van NPG kun je gecomprimeerd mail ontvangen en
   verzenden met andere NPG, FBB of TSTHOST stations. Als de mail ontvangen
   is zal NPG deze uitpakken en in de PMS zetten. Op deze manier kun je op
   een makkelijke manier je mail beheren.

   De Unproto Forwarding in NPG bestaat uit de volgende files die ingesteld
   dienen te worden : <Call>.FWD, READ.MAC, <Call>.MAC, FORWARD.ACC
   Deze files zullen in de volgende paragraven uitgelegd worden.

  15.1 <Call>.FWD

   In de <Call>.FWD file staat aangegeven welke mail naar <Call> gestuurd
   moet worden. In deze file kunnen de volgende commando's voor komen :

      @ <Call>    Stuur alleen mail die naar deze route moet.
      *@ <Call>   Stuur de mail die naar deze route moet NIET mee.
      @*          Stuur alle mail naar deze route.

   Voorbeeld :

      We hebben een file genaamd NL4DRN.FWD deze staat in de \NPG\PMS
      directory. Deze file is als volgt opgebouwd :

      ###########################
      # Forward File for FWDSRV #
      ###########################
      # @  Only this route      #
      # *@ Not this route       #
      # @* All routes           #
      ###########################
      @*
      *@ NL4PKT
      *@ NL4CGS
      *@ NL4BAR

   Wat houdt dit nu precies in :

   Deze file zal er voor zorgen dat de aangegeven routes naar NL4DRN
   gestuurd worden.

      @*             Stuur Alle mail naar NL4DRN
      *@ NL4PKT      Behalve de mail die naar NL4PKT moet
      *@ NL4CGS      Behalve de mail die naar NL4CGS moet
      *@ NL4BAR      Behalve de mail die naar NL4BAR moet


   Wat gaat er nu wel en wat gaat er nu niet naar NL4DRN :






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 27



      Mail gericht aan NL1QMA@NL4PKT, NL1CGS@NL4CGS, NL7NPG@NL4CGS,
      NL1BAR@NL4BAR, zal niet naar NL4DRN gestuurd worden omdat er in de
      file NL4DRN.FWD staat aangegeven dat alle mail die naar NL4PKT, NL4CGS of
      NL4BAR gaat niet mee gestuurd moet worden.

      Alle andere mail gaat wel naar NL4DRN dus mail gericht aan NL1RED@DR4RED,
      NPG@NLD, enz. zal wel naar NL4DRN gestuurd worden.

      LET ER WEL OP DAT JE NIET MEER DAN 5 <CALL>.FWD FILES MAG HEBBEN, OM TE
      VOORKOMEN DAT MENSEN MET BELACHELIJK VEEL STATIONS GAAN FORWARDEN EN DUS
      ZO DE ETHER DICHT GOOIEN HEBBEN WE HIER EEN LIMIET OP GEZET.

  15.2 READ.MAC

   Met de macro READ.MAC kun je een Unproto sessie met je home-bbs starten om
   je mail op te halen. De macro file is terug te vinden in de \NPG\CFG\MAC
   directory. Hieronder zullen we proberen uit te leggen hoe de macro precies
   werkt.

      CMD=I NL4BAR               Zet de call op NL4BAR (PMS Call)
      CMD=C 1 DRUNEN-1           Connect Node DRUNEN-1 via BPQ poort 1
      CMD=WAITSTRING Connected   Wacht op de tekst 'Connected'
      TEXT=C 6 DRNBBS            Connect via BPQ poort 6 DRNBBS
      CMD=WAITSTRING Connected   Wacht op de tekst 'Connected'
      CMD=CLEARLIST              Maak de berichtenlijst leeg
      CMD=WAITSTRING NL4DRN >    Wacht op het BBS prompt 'NL4DRN >'
      CMD=MSGLIST SELECT_ALL     Selecteer alle berichten in de berichtenlijst.
      CMD=PMS ON                 Activeer de PMS
      CMD=RUNUNPROTO             Start de Unproto Forward

   Let er wel op dat deze marco er van uit gaat dat je home-bbs automatisch
   alle nieuwe berichten list als je connect. Als dit niet het geval is moet
   je na de regel 'CMD=WAITSTRING NL4DRN >' de volgende regels toe voegen :

      TEXT=LM
      CMD=WAITSTRING NL4DRN >

   Deze macro connect de BBS waar de unproto opgehaal kan worden via 2 nodes,
   dit is voor ons nodig omdat onze unproto bbs alleen via het Local Area
   Network van de bbs sysop te bereiken is. Als je bbs direct via de ether
   te bereiken is heb je regel 4 & 5 niet nodig.

   Natuurlijk moet de bbs prompt 'NL4DRN >' vernadert worden door je eigen bbs
   prompt anders zal de unproto nooit starten.

  15.3 <Call>.MAC

   Met de macro <Call>.MAC kun je het versturen van mail via unproto
   automatiseren. Op het moment dat er via deze macro mail verstuurd gaat






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 28


   worden zal NPG zoeken naar de <call>.FWD file om de te forwarden berichten
   te kunnen selecteren. Zorg dat deze file goed geconfigureerd is anders zal
   NPG alle mail sturen.

   Hieronder uitleg over de bijgeleverde file NL4DRN.MAC in de
   \NPG\CFG\MAC directory.

      ################################################
      #            Forward Macro to NL4DRN           #
      ################################################
      Start de Forward Server die er voor zorgt dat alleen de mail voor NL4DRN
      verstuurd wordt, als parameters moet het volgende mee gegeven worden
      NL4DRN = de bbs waar naar geforward wordt, let er op dat er wel een
      NL4DRN.FWD bestaat. C:\PACKET\NPG\PMS de locatie van de PMS.
         CMD=EXEC C:\PACKET\NPG\PMS\FWDSRV NL4DRN C:\PACKET\NPG\PMS

      Zet de call op NL4BAR (PMS call)
         CMD=I NL4BAR

      Start de auto route naar NL4DRN
         CMD=AR NL4DRN

      ################################################
      #                Npg Pms Prompt                #
      ################################################
      Wacht op de tekst 'NL4DRN >' dit is de bbs prompt.
         CMD=WAITSTRING NL4DRN >

      Start het exporteren van de mail, oftewel start de forward.
         CMD=EXPORT

      Wacht op de disconnectie van het BBS als de forward klaar is.
         CMD=WAITDISC

      Zet alle gemarkeerde berichten weer terug zodat de berichten die niet
      naar NL4DRN moesten niet meer als Forwarded staan.
         CMD=EXEC C:\PACKET\NPG\PMS\FWDSRV RETURN C:\PACKET\NPG\PMS

  15.4 FORWARD.ACC

   In de file FORWARD.ACC in de \NPG\CFG directory staan de stations vermeld
   die een forward sessie met dit station mogen voeren.

   Voorbeeld :

      NL4PKT
      NL4CGS

   Als deze twee calls in de FORWARD.ACC file staan wil dat zeggen dat alleen
   NL4PKT en NL4CGS een forward sessie mogen starten met je PMS. Alle andere






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 29


   stations krijgen dus geen Unproto Forward.























































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 30


 16 Interne commando's (//-commando's)

   New Packet Generation bevat een aantal commando's die een gebruiker die
   het station connect kan gebruiken. De //-commando's (slash-slash commando's)
   zijn op de volgende manier te gebruiken, type aan het begin van een nieuwe
   regel // met gelijk daarachter het commando dus bijvoorbeeld

      //info

   Wat sinds NPG versie 2.10 mogelijk is vanuit de NPG.CFG is het instellen
   van de dubblele slash, het is ook mogelijk om deze in te stellen op een
   enkele slash. Dit kan men doen met het commando DUALSLASH vanuit NPG.CFG.
   Om // te gebruiken zet u DUALSLASH op On -> DUALSLASH=On
   Om / te gebruiken zet u DUALSLASH op Off -> DUALSLASH=Off

   
   Hieronder volgt een lijst met alle beschikbare commando's:

   1..20 <tekst>                [SEND TO CHANNEL]
                              - Stuur een regel tekst naar een kanaal.
                                Dit werkt alleen als het kanaal waar men de
                                tekst naar toe stuurt in verbinding is met
                                een ander station, anders is het namelijk niet
                                echt zinvol om er een tekst naar toe te sturen.
                                Wanneer het kanaal verbonden is zal er een
                                extra regel worden toegevoegd van wie de regel
                                tekst afkomt. En de oorspronkelijk tekst krijgt
                                een spatie ervoor om te voorkomen dat er
                                //-commando's uitgevoerd kunnen worden bij
                                het andere station.

   CAT                          [CATALOG/DIRECTORY]
   DIR                        - Toon de bestanden in de huidige directory.
                                Wanneer men NPG onder windows draait en
                                lange bestandsnamen ondersteund deze ook
                                getoond worden achter de normale directory
                                lijst. Wanneer de gebruiken bestanden probeert
                                op te halen met RPRG etc dan werken de lange
                                bestandsnamen niet, men moet dus altijd de
                                MSDOS-bestands namen gebruiken. Deze hebben
                                het volgende formaat: xxxxxxxx.yyy
                                x staat voor bestandsnaam en de y voor de
                                extensie.

   CD <dir>                     [CHANGE DIRECTORY]
                              - Verander de huidige directory.
                                Om naar een directory hoger te gaan kun je
                                gebruik maken van de dubbele punt ..






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 31


                                bijvoorbeeld: //cd ..
                                Als men als gebruiker sysop-rechten heeft
                                dan komt de gebruiker in een andere directory
                                uit die ook instelbaar is vanuit de NPG.CFG
                                De standaard gebruiker-directory is ingesteld
                                met het commando USR=
                                Zodra men sysop-rechten heeft verkregen wordt
                                er gebruik gemaakt van de sysop-directory die
                                met het commando SYSDIR= kan worden ingesteld
                                in het config bestand.

   CI   [tekst]                 [CITY]
   CITY [tekst]               - Met dit commando kan de gebruiker de huidige
                                lokatie van zijn packet station instellen.

   COL [On / off / 1 / 0]       [COLOR MODE]
   COLOR                      - MBU/NPG kleuren modus aan/uit.
                                NPG heeft de mogelijkheid tot gebruik van
                                kleuren. De gebruiker op het actieve kanaal
                                kan als hij dat wil de kleuren bij je uit
                                zetten.

   CS                           [CONNECT STATUS]
                              - Vraag de huidig connect status op.
                                Toont een lijst met alle verbindingen die
                                er op dat moment aanwezig zijn. De * geeft
                                aan dat de sysop zich op dat moment op dat
                                kanaal bevind. Indien een kanaal gelinkt is
                                met een ander kanaal dan wordt dit ook aan-
                                gegeven.

   D                            [DISCONNECT]
   DISC                       - Verbreek de verbinding zonder QRT (disconnect)
                                tekst op het huidige kanaal.

   E <tekst>                    [ECHO]
   ECHO <tekst>               - Echo tekst, dit commando stuurt de tekst
                                die is meegegeven achter het commando terug
                                naar de gebruiker, ideaal om dingen te testen
                                als de sysop niet aanwezig is.

   H                            [HELP]
   HELP                       - Verstuur het help bestand. (help.npg)
                                Dit tekst bestand moet dienen als hulp voor
                                de gebruiker, zorg ervoor dat deze alle
                                commando's bevat, en eventueel de beschikbare
                                RUN-applicaties.

   I                            [INFORMATION]
   INFO                       - Zend de informatie die in INFO.NPG is






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 32


                                opgeslagen. Deze tekst is ideaal om gegevens
                                van je packet systeem in te zetten.

   MH                           [MONITOR HEARD]
   MHEARD                     - Toon de 26 laatst gehoorde call's met tijd en
                                poort, wanneer er aan de poort een identifi-
                                catie is gekoppeld dan wordt deze ook getoond.

   N <tekst>                    [NAME]
   NAME <tekst>               - Met dit commando kan de gebruiker zijn/haar
   REG <tekst>                  instellen. Wanneer men geen naam mee stuurt
                                wordt de huidige naam getoond.

   NE                           [NEWS]
   NEWS                       - Zend de informatie die in NEWS.NPG is
                                opgeslagen. Dit kunnen de laatste nieuwtjes
                                zijn, zoals nieuwe RUN-applicaties of aan-
                                kondingen van evenementen.

   PAR                          [TFPCX-PARAMETERS]
                              - Laat de TFPCX instellingen zien, wanneer men
                                BPQ gebruikt zullen deze niet getoond worden.

   Q                            [QUIT]
   QUIT                       - Verbreek de verbinding en stuur een QRT
                                (disconnect) tekst. (DISC.NPG)

   RE <bestand>                 [READ]
   READ <bestand>             - Lees een ASCII (tekst) bestand in.

   RI <tekst>                   [RING]
   RING <tekst>               - Laat een bel rinkelen en zet een venster
                                op het scherm met de meegegeven tekst.

   RPRG <bestand>               [READ PROGRAM (BINARY FILE)]
                              - Ontvang een bestand. (download)
                                Het bestand wordt verstuurd als binair in
                                de AUTO-BIN mode.

   SYS                          [SYSOP MODE REQUEST]
                              - Verzoek voor SYSOP paswoord.
                                Als NPG dit commando dit commando binnen krijgt
                                genereert hij een paswoord van 5 tekens. Deze
                                5 tekens worden gehaald uit het paswoord van
                                de gebruiker (indien deze rechten heeft om
                                sysop te worden), de gebruiker krijgt daarna
                                de posities van de tekens toegestuurd. De
                                gebruiker dient daarna de juiste bijbehorende
                                tekens terug te sturen. Indien deze juist zijn
                                krijgt de gebruiker sysop-rechten.






NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 33



   V                            [VERSION]
   VER                        - Toon de NPG versie en overige informatie over
                                de instellingen van NPG.

   WRPG <bestand>               [WRITE PROGRAM (BINARY FILE)]
                              - Schrijf een binair bestand weg.
                                Het ontvangen bestand dient verstuurd te
                                worden als binair gebruik makend van de
                                AUTO-BIN mode.

   WR <bestand>                 [WRITE]
   WRITE <bestand>            - Schrijf ASCII (tekst) bestand weg.
                                Op deze manier kan de gebruik tekst bestanden
                                achter laten voor de sysop. Maar het is beter
                                om gebruik te maken van de PMS.

   YGET <bestand>               [YAPP-GET]
                              - Lees een bestand in met het YAPP-protocol.

   YPUT <bestand>               [YAPP-PUT]
                              - Schrijf een bestand weg met het YAPP-protocol.


































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 34


 17 Kleuren kiezer

   Vanuit de tekstverwerker of vanaf het tekst-invoerscherm (TX-venster)
   is het mogelijk om kleuren te gebruiken, deze kleuren zijn ook wel
   bekend als MBU-kleur. Alleen is NPG-kleur hetzelfde als MBU-kleur met
   1 wijzinging. Waar MBU zwart op zwart gebruikt (^A) wordt in NPG als
   standaard kleur ingesteld. De standaard kleur in NPG is de kleur waar
   de regel mee begint. De standaard kleur is dus de kleur die de sysop
   heeft ingesteld voor het ontvangst in het RX-venster. Het formaat van
   de kleuren is als volgt: ^x

   Het ^-teken geeft aan dat er een kleur code volgt. De kleur code zelf
   is 1 karakter. Dit karakter is het kleur code nummer, tellend vanaf
   'A' = 0. 'B' = 1, zo de ASCII-tabel rond. Aangezien het vrij lastig
   is om op deze manier zelf kleuren samen te stellen is het makkelijker
   om gebruik te maken van een overzicht van alle kleuren. Door op ALT-C
   te drukken krijg je een overzicht van alle kleuren die er mogelijk zijn.

   Indien je BLINK aan hebt staan zal de onderste helft van de kleuren
   in het vierkant met alle kleuren knipperen. Wanneer je BLINK uit hebt
   staan is de onderste helft niet meer knipperend maar zijn de achtergrond
   kleuren iets feller.

   Wanneer je op ALT-C drukt krijg je alle mogelijk kleuren te zien, waarbij
   er een blokje komt te staan in de linkerhoek bij de letter 'D', indien
   je deze selecteert (door op enter te drukken) dan wordt er in je TX-
   venster of tekstverwerker (ligt eraan waar je ALT-C hebt gedrukt) de
   code ^A toegevoegd, in andere woorden de DEFAULT (Standaard kleur).
   Natuurlijk is het ook mogelijk om alle andere te kiezen, dat kan door
   gebruik te maken van de cursor-toetsen, indien je de gewenste kleur
   hebt gevonden druk je op enter om deze op de actieve positie van je
   cursor in te laten voegen. Wanneer je selectie-cursor in de kleuren-tabel
   bijvoorbeeld uit de tabel valt, zoals bijvoorbeeld na ALT-C op de omhoog-
   pijl te drukken, dan komt de selector-cursor aan de onderkant weer terug.
   Dit zelfde geldt natuurlijk voor de linker en rechter pijl-toets.




















NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 35


 18 G8BPQ Node status

   G8BPQ Node Status is een overzicht van de eerste 54 streams van BPQ.
   Dit overzicht kan worden opgevragen met de toets ALT-G. Aangezien
   TFPCX geen node is gebeurd er ook niets als je op de ALT-G drukt
   als je geen BPQ draait.

   Het overzicht heeft de volgende informatie:

      Stream nummer     -  Dit zijn de getallen boven de rest van de
                           gegevens.

      Call              -  Callsign van het geconnecte station op die
                           stream.

      TX                -  Aantal te versturen pakketen gegevens (frames)

      RX                -  Aantal ontvangen pakketen gegevens die nog niet
                           verwerkt zijn door NPG of een andere applicatie.




































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 36


 19 Auto bug-report generator

   Deze functie is geheel nieuw, wel eens last van een run-time error?
   Ja? Heb je deze fout ook doorgegeven aan het NPG-Team? Nee? Dan is dit
   de oplossing! Wanneer er iets fout gaat in NPG, en dus een zogeheten
   runtime-error krijgt, dan wordt er automatisch een formulier samengesteld
   met de gegevens die wij nodig hebben om het probleem op te sporen.
   Dit formulier komt automatisch in je PMS te staan gericht aan NL7NPG@NL3DRN.
   Wanneer je geen gebruik maakt van je PMS of geen forwarding hebt op het
   NLDNET dan is er ook nog de mogelijkheid om dit formulier op te sturen
   via e-mail. Het formulier kunt u vinden in uw SAVE directory met als
   bestandsnaam 'bugform.npg'.

   Overzicht waar u de formuliertjes naar kunt sturen:

      Packet:  NL7NPG@NL3DRN.NBW.NLD.EU
      E-Mail:  support@npg-team.org






































NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 37


 20 7+ detectie en decodering

   NPG is in staat om 7plus bestanden te onderscheiden van de gewone
   tekst. Indien er 7plus binnenkomt wordt deze automatisch opgeslagen,
   ook krijgen deze 7plus regels een andere kleur.

   Vanaf NPG 2.10 is er een kleuren filter ingebouwd voor het ontvangst
   van 7plus. Aangezien 7plus regelmatig het wel bekende ^-teken bevatte
   dacht NPG dat dit kleur-wijzingen waren, maar dat is natuurlijk niet zo.
   En het zag er vrij slordig uit met al die regenboogkleuren op je scherm.

  20.1 Detectie

      Wanneer NPG een van de volgende regels detecteerd dan wordt de 7plus
      opslag in werking gesteld:

            go_7+.  of   go_text.

      En de opslag wordt gestopt wanneer er het volgende binnenkomt:

            stop_7+.  of stop_text.

      Zodra deze opgeslagen is wordt het bestand in de juiste sub-directory
      gezet van de 7PLUS-directory.

      Bijvoorbeeld 'helpme.7pl' is binnengekomen, hierna wordt netjes
      een directory aangemaakt met de naam HELPME en daarna wordt helpme.7pl
      in deze directory gezet. Dit maakt het stukken makkelijker om bestanden
      te vinden die je hebt ontvangen.

  20.2 Decodering

      Wanneer je het 7PLUS.EXE-path goed hebt ingesteld in de NPG.CFG (7PLUS=)
      dan zal NPG proberen om de binnen gekomen 7+ bestanden te decoderen.
      Wanneer dit niet wil lukken controleer dan even of 7plus.exe inderdaad
      aanwezig is en dat het path in NPG.CFG klopt. Ook even controleren of
      er wel genoeg geheugen over is om 7PLUS.EXE op te starten.


















NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 38


 21 Berichten herkenning

   Berichten herkenning bestaat uit 2 delen, namelijk de herkenning
   van de berichtenlijst (LM/L/LN) en de herkenning van berichtkoppen
   en teksten en bericht-eindes.


  21.1 Berichtenlijst

   Het is mogelijk om 5 definities vast te leggen in NPG.CFG om deze lijst
   te herkennen. Dit wordt gedaan met MESSY=

   MESSY=xxxxxxxxxxxx xxxx xxxxxxxxxxxxx xxxxxx xxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxx
   MESSY=xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

   De 'x' geeft aan dat het karakter op die positie elke karakter mag zijn,
   deze heeft dus geen invloed op de herkenning, wanneer men een ander teken
   gebruikt, zoals de spatie of balkje dan betekent het dat er op die positie
   alleen dat tekentje mag staan anders voldoet de regel niet, en wordt de
   regel ook niet als bericht-lijst-regel gezien. Wanneer hij voldoet aan
   een van de ingestelde mogelijkheden dan krijgt deze regel een andere kleur.
   Behalve dat de regel een andere kleur krijgt wordt deze ook toegevoegd
   aan de berichtenlijst die opgevragen kan worden met ALT-T. Verdere uitleg
   hoe deze berichtenlijst werkt is elders beschreven.


  21.2 Berichten

   NPG is ook in staat om de berichten te herkennen. Deze herkenningspunten
   zijn ook instelbaar vanuit NPG.CFG:

         MHS   - Berichten kop - start
         MHE   - Berichten kop - eind
         MBE   - Einde bericht

   Van elk kun je 5 verschillende mogelijkheden instellen. Zodra een regel
   een van de ingestelde woorden of stukjes tekst bevat die ingesteld staan
   met het commando MHS dan verondersteld NPG dat dit het begin van een
   bericht is, en gebruikt voor deze regel een andere kleur. Elk daarop
   volgende regel krijgt de zelfde kleur. Zodra hij een regel vind die
   ingesteld is als MHE dan betekent dit dat het einde van de bericht-kop
   is gevonden, dit heeft als gevolg dat de volgende regels het eigenlijke
   bericht bevatten en dus ook een andere kleur krijgen. Dit gaat net zo
   lang door dat het einde van het bericht is gevonden. Deze herkenning
   maakt het lezen van je post stukken eenvoudiger doordat je de verschillende
   delen van het bericht makkelijker kunt herkennen.









NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 39


 22 Scrolling

   Wanneer de schermresolutie is ingesteld op 80 bij 25 tekens en
   het info scherm aanstaat. (MODE=2 in NPG.CFG) dan is het mogelijk
   om het scherm naar boven en beneden te laten 'scrollen'.

   Dit scrollen ofwel rollen kan gedaan worden door middel van de muis
   of het toetsenboard. Als u een muis gebruikt kunt u door de muis naar
   beneden te bewegen naar het onderste gedeelte van het scherm gaan, wilt
   u weer terug dan beweegt u de muis omhoog. Wilt u met 1 druk op de knop
   omhoog of omlaag dan kan dit ook met de muis. De Linker-knop is het
   bovenste scherm, de rechter knop het onderste scherm. Zoals eerder
   vermeld kunt u deze handelingen ook met het toetsenbord doen. Daarvoor
   zijn de volgende toetsen gereserveerd:

   Toetsenbord                                        (Identiek aan muis)

      ALT-1  -  Scroll het scherm 1 regel omhoog       Omhoog bewegen
      ALT-2  -  Scroll het scherm 1 regel omlaag       Omlaag bewegen
      ALT-3  -  Ga naar het bovenste scherm            Linker knop
      ALT-4  -  Ga naar het onderste scherm            Rechter knop
      Alt-5  -  Info scherm tonen in bovenste scherm   Linker+Rechter knop

   Als u onder windows werkt en een muis wilt gebruiken moet u in NPG.CFG
   de optie MOUSE95 op 'On' zetten.






























NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 40


 23 Taal Bestand Systeem (LFS)

   NPG heeft sinds versie 2.00 de mogelijkheid om een andere taal te
   gebruiken. Dit is mogelijk gemaakt door het Taal Bestand Systeem,
   beter bekend als Language File System. 99% van alle teksten die
   worden gebruikt zijn instelbaar met aparte LFS-bestanden. Deze
   bestanden kunnen bewerkt worden met LFSEDIT.EXE die standaard
   bij NPG wordt bijgeleverd. Aangezien wij weinig tijd over houden
   om zeer uitgebreide tools te maken om deze bestanden te wijzigen
   geven we hier de opbouw van het bestand. Indien u een betere
   tool kunt maken om deze bestanden te wijzigen willen wij deze
   graag op de NPG-website zetten of eventueel bij nieuwere versies
   van NPG bijleveren. Het formaat zit als volgt in mekaar (sorry,
   alleen pascal records) (niet echt optimaal)

        LFS_Record   = Record
                         lString_ID  : Longint;
                         iMaxLen     : Integer;
                         iVastLen    : Integer;
                         sTextLine   : String[80];
                       End;

   lString_ID is een uniek nummer, deze is opvolgend en komt overeen
   met het record nummer. iMaxLen en iVastLen zijn afhankelijk van
   elkaar, namelijk 1 van de 2 moet altijd 0 zijn.
   iMaxLen is de maximale lengte dat mogelijk is, indien de sTextLine
   (de eigenlijke regel) langer wordt als iMaxLen dan wordt deze afgekapt.
   Indien iMaxLen gelijk is aan 0 wordt iVastLen gebruikt. iVastLen betekent
   de vaste lengte. Wanneer deze bijvoorbeeld 40 is, en sTextLine is maar
   30 lang, dan wordt deze opgevuld totdat hij een lengte heeft van 40.

   U kunt uw taal instellen door gebruik te maken van het LANGUAGE-commando,
   zowel in de NPG.CFG als commando.






















NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 41


 24 Berichten lijst (ALT-T)

   De berichtenlijst is een lijst waarin de laatste xxx aantal regels
   van een bbs/pms in staan. Deze regels zijn herkend door de instelling
   van MESSY in de NPG.CFG. De uitleg van deze herkenning staat
   beschreven in het hoofdstuk over 'Berichten herkenning'.

   U kunt verscheidene functies uitvoeren op de lijst, hier volgt
   een lijst met alle mogelijke toetsen die u hier kunt gebruiken.

      Pijl Omhoog             -  Ga 1 regel omhoog
      Pijl Omlaag             -  Ga 1 regel omlaag
      Page-Up                 -  Ga 10 regels omhoog
      Page-Down               -  Ga 10 regels omlaag
      Pijl Rechts             -  Ga 1 kanaal omhoog
      Pijl Links              -  Ga 1 kanaal omlaag
      Spatiebalk              -  Selecteer/Deselecteer
      r,R,Enter               -  Lees de geselecteerde berichten
      v,V                     -  Lees de geselecteerde berichten met
                                 extra informatie erbij (verbose)
      k,K                     -  Verwijder de geselecteerde berichten
      +                       -  Selecteer alle berichten
      -                       -  Deselecteer alle berichten
      /                       -  Zoek naar een bepaald woord, en selecteer
                                 alle regels die dit woord bevatten.
      *                       -  Inverteer berichtenlijst
      Delete                  -  Wis regel uit de berichtenlijst
      Insert                  -  Stuur een kopie van het bericht naar een
                                 andere persoon of personen. (bbs/pms moet
                                 wel het SC commando ondersteunen)
      ALT-C                   -  Complete berichtenlijst wissen
      ALT-L                   -  Inladen van berichtenlijst
      ALT-R                   -  Aanvragen unproto (deze functie zal worden
                                 uitgebreid in de toekomst)
      ALT-W                   -  Exporteren van de berichtenlijst




















NEW PACKET GENERATION 2.10 DOCUMENTATION                                 42


 25 PMS-berichten lijst (F11)

   NPG bevat sinds versie 2.00 een interne PMS, deze PMS is alleen
   geschikt voor de sysop. Wanneer je ook je gebruikers ervan wilt
   laten genieten kun je de bijgeleverde run-applicatie NPG-PMS
   gebruiken. Het is natuurlijk ook mogelijk om zelf een externe
   PMS te schrijven, als je meer informatie wilt weten over het
   formaat dat gebruikt is dan kun je terecht bij NL1CGS (contact
   informatie is bij de 'inleiding' te vinden).

   We zijn natuurlijk zelf ook nog bezig met het ontwikkelen van
   een nieuwe externe PMS, alleen heeft dat project een tijd stil
   gelegen aangezien NPG 2.10 een hogere prioriteit had.

   We kunnen de PMS-lijst inschakelen door op F11 te drukken.
   We krijgen daarna een overzicht van de laatste XXX berichten
   in je PMS. Het zal voorkomen dat NPG niet alle berichten kan
   laten tonen omdat er meer berichten kunnen zijn dan dat er regels
   zijn in de lijst. Daarom is het mogelijk om het begin record-nummer
   in te stellen. We zullen dit systeem in een nieuwere versie proberen
   te verbeteren zodat je nooit het begin record nummer hoeft in te stellen
   of dat je op bericht nummer kunt instellen ipv record nummers.

   Als u voor het eerst de PMS-lijst bekijkt dan zal deze leeg zijn, u
   heeft immers nog geen post verstuurd.

   Er zijn een aantal bewerkingen die je kunt doen op



























